Naar de pagina-inhoud

PBS, de zoveelste loot aan de opvoedboom


  • 5 tot 6 minuten
  • 1.099 woorden
  • Peter Put

Op scholen wordt steeds vaker de methode SWPBS (School-Wide Positive Behavior Support) ingevoerd. De zoveelste methode die kinderen dwingt goed gedrag te laten zien. Gabriëlle legt uit waarom zij dat een slechte zaak vindt.

Beloningen

Een vriendin vraagt wat ik ervan vind dat ze een beloningssysteem heeft voor haar zoontje. ‘Ik weet dat jij hier vaak over schrijft’ zegt ze. Haar zoontje is soms niet zo gemotiveerd. Bijvoorbeeld om ergens op tijd te komen. Dus misschien kan een beloningssysteem hem helpen?

Beloningssystemen, met stickers, bandjes, sterren, dikke duimen of een aai over de bol en een ‘goed zo!’ zijn nog steeds graag geziene gasten op scholen en opvoedcursussen. Niet omdat het per se goed is voor kinderen, maar omdat ouders, leraren en pedagogen nu eenmaal graag een duidelijk stuk gereedschap in handen willen hebben.

Inmiddels weten we dat intrinsieke motivatie een belangrijke factor is in het leren van kinderen. Bijna een halve eeuw aan onderzoek laat zien dat juist die motivatie, die van binnenuit komt en niet opgelegd wordt door een ander, de belangrijkste motivator is. En dat is nu juist iets waar ouders of leraren geen macht over hebben.

Als je per se *iets* wilt doen als opvoeder om je kind te motiveren, dan ben je op zo’n moment behoorlijk machteloos. En dat *iets*, dat is waar allerlei opvoedmethodes flink garen bij spinnen.

Sociaal gedrag vs. sociaal zijn

De methode die de laatste jaren steeds vaker op scholen wordt ingevoerd, heet SWPBS – School-Wide Positive Behavior Support, ook wel PBS genoemd – een gedragsregulatiemethode die kinderen moet leren hoe zij zich moeten gedragen. Op de website staat te lezen: “Een kernonderdeel van SWPBS is de systematische gedragsregistratie. Gedragsincidenten en beloningskaarten voor goed gedrag worden geregistreerd en geanalyseerd.” Als er maar lang genoeg geoefend wordt – onder druk van een uitgekiend systeem van straffen en belonen – gaat het kind zich uiteindelijk wel goed gedragen. Volgens eigen zeggen zou SWPBS pro-sociaal gedrag bevorderen.

Er is een subtiel, maar zeer dwingend verschil tussen je sociaal gedragen en sociaal zijn

Socioloog Henk de Vos schrijft op zijn weblog het volgende: “Met pro-sociaal gedrag bedoelt men meestal gedrag dat niet alleen gericht is op het eigen welzijn, maar ook op dat van anderen.” Met andere woorden: dat je empathisch bent en je in anderen kunt inleven. Maar hoe leer je dat gedrag dan? Vooral door een rijke sociale omgeving waarin dat gedrag voorgeleefd wordt.

Er is echter een subtiel maar zeer dwingend verschil tussen je sociaal gedragen en sociaal zijn. Psychopaten bijvoorbeeld zijn vaak prima in staat om sociaal gedrag te laten zien: ze zijn beleefd, zeggen dank u wel, kunnen netwerken, zijn charmant. Maar onder dat laagje goed aangepast gedrag ligt vaak koele geraffineerdheid: wat kan ik uit deze situatie halen? Welk voordeel heeft dit voor mij?

Laagje fineer

Die focus op goed gedrag doet denken aan mensen in het bankwezen. Jeweetwel, die grijpgrage graaiers die er geen bal om geven dat ze het geld van een ander verkwanselen. Die bankiers zijn vast heel beleefd en sterren in het netwerken. Die weten hoe vaak ze moeten buigen voor een Japanse zakenrelatie, of hoe je converseert met een hooggeplaatst figuur. Maar wat zegt dat, als je intussen het slechtste met mensen voor hebt?

Eigenlijk leg je met goed gedrag afdwingen een glanzend laagje fineer over het kind. Natuurlijk zijn beleefdheid en vriendelijkheid nuttige vaardigheden in het sociale verkeer, maar de vraag is of opleggen de beste manier is om dat te leren. Willen we een gedresseerd aapje? Een die ja-en-amen zegt, maar zich intussen weinig bekommert om een ander? Of hebben we liever zicht op de mens die binnenin zit? Dan kunnen we het namelijk over de echte dingen hebben, in plaats van over wat alleen maar aan de oppervlakte drijft. Wat je uiteindelijk wilt is dat een kind zich goed gedraagt omdat het van binnen voelt en weet dat dit goed is om te doen, niet alleen maar omdat een ander dat zegt.

Met goed gedrag afdwingen leg je een glanzend laagje fineer over het kind

Ouderschap schuurt en wringt soms gewoon. We willen te vaak een steriele wereld, waarin elk vlekje weggepoetst is. Als een kind zich oppervlakkig gezien maar goed gedraagt, dan wil dat niet zeggen dat het vanzelf wel goed komt met zijn of haar morele kompas. Wat een kind vooral leert wanneer je erop staat dat het goed gedrag laat zien, is dat je soms best mag liegen. Dat als je maar beleefd bent, je met een hoop weg kunt komen.

Monitoren, registreren en analyseren

De methode SWPBS is een systeem dat van een school een kleine politiestaat lijkt te willen maken. Dat is prettig voor degenen die garen spinnen bij het zoveelste systeem dat een vorm van behaviorisme in een gezellig jasje giet, maar minder prettig voor kinderen die door dat systeem gemonitord worden en gedwongen worden goed gedrag op commando te laten zien.

Je kunt je ook afvragen wat de rol van het NJI – het Nederlands Jeugdinstituut – is, dat prominent op de voorpagina van SWPBS de zoveelste methode plugt. Welke belangen spelen daar eigenlijk? Nadat is gebleken dat de opvoedmethode Triple P niet werkt, is bij het NJI toen ooit de hand in eigen boezem gestoken? Heeft het NJI ooit rekenschap moeten afleggen voor het feit dat zij de onderzoeken niet kritisch genoeg bekeken hebben?

Opgeofferde waarden

Wanneer zal er een einde komen aan die reeks methodes, vraag je je wel eens af. Wanneer mogen leraren weer hun werk doen, wanneer mogen ouders zelf hun eigen keuzes maken, en waar kunnen ouders aankloppen voor hulp zonder in dit soort systemen gedwongen te worden? Geloven in een methode in plaats van in mensen is een kwalijke zaak. Het vertrouwen in kinderen, in de professionaliteit van leraren, in mensen: al die waarden lijken opgeofferd te moeten worden aan de volgende onzinmethode.

Mijn vriendin snapt het inmiddels wel. Ze besluit dat haar kind gewoon een uitje krijgt omdat het leuk is. Onvoorwaardelijk. Omdat we die kunstmatige voor-wat-hoort-wat-wereld maar eens de rug moeten toekeren en moeten terugkeren naar wat echt en waarachtig is.

 


Gabriëlle Jurriaans
Ooit ben ik begonnen als jeugdhulpverlener, maar heb me de laatste jaren helemaal op het schrijven gericht. Ik schreef eerder stukken over opvoeding voor onder andere NRC Next, De Groene, Vonk/ Volkskrant en voor verschillende tijdschriften en websites. Momenteel werk ik aan een boek en wil ik nieuwe projecten ontwikkelen, met name op het gebed van internetjournalistiek. Ik geniet erg van mijn twee 'knurften' waar ik elke dag van leer.