Naar de pagina-inhoud

Uk onder druk – faalangst door toetsen en testen



Het zoontje van Gabriëlle ging dit jaar naar groep 3 en kreeg last van faalangst. Wat is er toch met ons onderwijs aan de hand, dat we zulke jonge kinderen zo onder druk zetten?

Daar gaat hij dan: mijn jongste naar groep 3. Grote superheldentas op zijn rug, verantwoorde broodtrommel met dito inhoud mee en paps en mams met een brok in de keel.

Daar zit hij: in een vol klasje, met echte schoolbankjes. Hij kijkt eens in zijn etui, draait op zijn stoel, ziet zijn beste vriendje lachen, maar hij lacht niet mee. Hij begint te huilen.

Zo begon mijn zoons eerste dag in groep 3. Tegen de geweldige kleuterjuf had ik mijn ongerustheid uitgesproken: hij is zo speels, gaat hij dat wel redden? En juf had gezucht en ze zei: ‘Ik maak me druk over álle kinderen. De overgang tussen groep 2 en 3 is zo groot, er wordt zoveel van ze verwacht’.

En dat is niet gelogen. Letters oefenen, boekjes lezen, rekenen, netjes in je bankje zitten, je mond houden als juf praat. Weg zijn de blokken, de knutsels, de gezelligheid. Dit is bloedserieuze shizzle!

En dan moet er getoetst worden. En na drie maanden is mijn ergste nachtmerrie waar geworden: mijn lieve zesjarige vindt school niet zo leuk. Hij is bang om fouten te maken. Hij stagneert. Juf raadt aan om hem via school op faalangstcursus te sturen. Ik snap haar bezorgdheid, maar ergens voel ik withete woede naar mijn hoofd stijgen. Natuurlijk moet alle druk en alle verantwoordelijkheid op de schouders van mijn kind gelegd worden, het was namelijk nog niet zwaar genoeg!

Onze kinderen zijn output geworden, die het toekomstig succes als werknemers van de staat moeten garanderen.

Dat er niets mis is met mijn kind, maar van alles met onze scholen, daar ben ik inmiddels van overtuigd. Ondanks die ontzettend gedreven, lieve en betrokken leerkrachten. En er is vooral iets mis met de politici, die dromen van voorscholen voor alle kinderen, waar zij al letters leren, waar elk kind door dezelfde mal wordt gehaald en elk kind dezelfde methodes en zelfde toetsen moet afleggen. Dossiers aanleggen, monitoren, bijsturen, cursusje zus en methode zo.

Dus als er iets moet veranderen, dan is dat niet mijn lieve zesjarige, die al begint te trillen als de juf het klokje van de tijdtoets indrukt. Wat moet veranderen is de ellende van de controledwang waar de overheid de laatste jaren op heeft ingezet. Langzamerhand slijpt het onderwijs uit: Dat wat ooit bedoeld was als een democratiserend, verheffend instrument om ieder kind dezelfde kansen te bieden, is nu verworden tot handelswaar voor het bedrijf Nederland.

Onze kinderen zijn output geworden, die als werknemers het toekomstig succes van de staat moeten garanderen. Economisch kapitaal. Als de overheid geld spendeert aan onderwijs, dan moet daar kennelijk wél wat tegenover staan.

En zo verwordt school langzaam van een van oorsprong sociaal en bevrijdend instrument naar een kapitalistische tool, gerund door managers. Dat past in onze voor-wat-hoort-wat-maatschappij. En dat mijn jongetje daar zoveel last van heeft, maakt me ziedend.

De Ierse schrijver Oscar Wilde schreef ooit dat een wereldkaart waar het land ‘Utopia’ niet op staat, niet de moeite van het bekijken waard is. We hebben dromen nodig, een streven naar een betere wereld. En ik geloof in die betere wereld: ik wil graag een fijne school voor mijn kinderen, waar ze met plezier leren. Een omgeving waar ze iets leren over saamhorigheid, over groepsdynamiek, over zichzelf, over hun voor- en afkeuren. Over hoe het leven in elkaar steekt. Een school zou perspectieven moeten bieden die de wereld van mijn kinderen verrijken

Oscar Wilde zei ook dat onderwijs mooi is, maar dat niets dat de moeite waard is om te weten geleerd kan worden. Wilde was tot zijn negende thuis onderwezen, en bleek later een uitermate begaafde, briljante student. Zijn uitspraak lijkt op die van Theo Thijssen, onderwijzer en schrijver, die in 1926 het boek ‘De gelukkige klas’ schreef. Daarin beschrijft hij meester Staal, een bevlogen onderwijzer die op een school voor arme kinderen lesgeeft. Een man die vanuit zijn hart werkt en de kinderen ziet zoals ze werkelijk zijn. Na een bezoek aan een zieke leerling komt Staal tot de conclusie dat de dingen die geleerd moeten worden op school er eigenlijk niet veel toe doen: “M’n heerlijke, lieve, lastige stel, ik weet eigenlijk maar één ding: de jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens hoor, al zal ik dat jullie nooit zeggen.”

Meester Staal werd niet voortdurend op zijn vingers gekeken, of afgerekend op resultaat. Die kon nog met hart en ziel doen waar hij goed in was: lesgeven, inspireren en zo kinderen een perspectief bieden: Je mag er zijn, je bent de moeite waard. Ik wens onze kinderen heel veel meesters en juffen als Meester Staal toe.

Kijk hier de uitzending van Monitor over hoe kleuters gebukt gaan onder leermethodes en toetsen.


Gabriëlle Jurriaans
Ooit ben ik begonnen als jeugdhulpverlener, maar heb me de laatste jaren helemaal op het schrijven gericht. Ik schreef eerder stukken over opvoeding voor onder andere NRC Next, De Groene, Vonk/ Volkskrant en voor verschillende tijdschriften en websites. Momenteel werk ik aan een boek en wil ik nieuwe projecten ontwikkelen, met name op het gebed van internetjournalistiek. Ik geniet erg van mijn twee 'knurften' waar ik elke dag van leer.