Ongerust over de toekomst

De gemeente waar schrijfster Monique Hollema woont heeft een toekomstvisie. Eentje waar zij zich als ouder enorme zorgen over maakt.

Tot voor kort was ik secretaris van een kleinschalige peuterspeelzaal die zich vijfendertig jaar geleden in mijn dorpje heeft gevestigd en als een stichting door het leven ging. Met lieve leidsters die precies wisten hoe ze met de kinderen om moeten gaan. En de kindjes waren dol op hun juf.

In tegenstelling tot andere peuterspeelzalen, werkten ze hier gericht met thema’s en de peuters kunnen vrijblijvend een beetje oefenen met hoe het op de basisschool gaat.

Totdat er ingrijpende wetten en regels kwamen. Er moest worden bezuinigd, de subsidie ging vervallen en via de kinderopvangtoeslag zouden ouders een deel van het geld kunnen terugkrijgen. Daarvoor moest de peuterspeelzaal wel in het landelijk register kinderopvang worden ingeschreven, met alle voorschriften en regels van dien.

Griezelig toekomstbeeld

In verband met de doorlopende leerlijn was er een formulier nodig als bewijs dat er een samenwerkingsverband is met een basisschool. Meer dan een handtekening van de school was er niet nodig. Maar geen enkele school wilde die handtekening zetten.

Uiteindelijk besloot het bestuur de samenwerking aan te gaan met een kinderopvangorganisatie, met als voornaamste doel dat er voor de kinderen niets zou veranderen en de vaste leidsters konden blijven. Na een aantal organisaties te hebben bezocht, werd er een gevonden die aan de voorwaarden voldeed en er werd een ouderavond georganiseerd. Hier kwam ook een beleidsmedewerker van de gemeente Zaanstad spreken.

En het toekomstbeeld waar hij namens de overheid over sprak daar kreeg ik de rillingen van.

Hij noemde de samenvoeging van peuterspeelzaal en kinderdagverblijf een heel klein stukje van de totale visie van waar de overheid naar toe wil. Het plan is dat alle kinderen van 0 tot 12 jaar in een en hetzelfde gebouw kunnen worden opgevangen, naar school gaan, muziekles krijgen en hun sport beoefenen. Op zich handig zullen veel ouders misschien denken. ‘s Morgens om zeven uur lever je je kinderen aan de deur af en ‘s avonds om zeven uur haal je ze daar weer op.

Maar ik kan alleen maar denken: ‘En dat kleine peuterspeelzaaltje dan?’

Wat zo veilig voelt omdat het een zaaltje is waar mijn dochter niet kan verdwalen. Mijn gastouder, waar mijn dochter vanaf haar geboorte drie jaar lang liefdevol is opgevangen en in een gezinssituatie is opgegroeid, mee ging met boodschappen doen, de speeltuin. De Jenaplanschool waar mijn dochter nu heen gaat en die bewust klein wil blijven en een maximum aantal leerlingen hanteert. Dat wil ik, als ouder. Ik denk dat een kind zich dan veilig voelt.

Opvoedfabriek

Maar de overheid wil iets anders. Die ziet graag dat iedereen full time gaat werken. Dat is namelijk goed voor de economie. Als ik dat doortrek (misschien wel in het extreme, maar je weet maar nooit!) zie ik deze toekomst voor me: kinderen worden van maandag tot en met vrijdag om zeven uur weggebracht, en twaalf uur later weer opgehaald. Dan hebben ze hun warme maaltijd al gehad, dus na een uurtje tv kijken moeten ze naar bed, want ouders willen ook tijd voor zichzelf of elkaar. Het weekend staat in het teken van sociale verplichtingen en “quality time” met het hele gezin.

De instelling waar de kinderen door de week heen gaan moet de kinderen opvoeden, en aangezien de opvoedmethode “positief opvoeden” of Triple P door de overheid voor veel geld is ingekocht, wordt deze op de instelling gebruikt. Helaas vind ik “postief opvoeden”, alleen maar positief voor de ouders. Het is gericht op het laten gehoorzamen van je kind door het te complimenteren wanneer het iets goed doet, en een time out of straf te geven wanneer het stout is. Naar de reden achter het gedrag wordt niet zo gekeken. Daardoor zal aan veel emoties bij het kind voorbij worden gegaan.

Uiteindelijk creëren we zo kinderen/pubers/volwassenen die niet goed zelfstandig kunnen nadenken, ze hebben altijd een extrinsieke factor – bevestiging of begrenzing van een ander- nodig.

Hoe moet het dan verder?

Ik vraag me ook af hoe een kind, wanneer het naar de middelbare school gaat, zelfstandig naar zijn school kan fietsen. Dat is immers veel te weinig geoefend als het zijn hele schooltijd in een gebouw doorbrengt. Hoe moeten kinderen dan in aanraking komen met mensen die “anders” zijn qua uiterlijk, gedrag of door een lichamelijke of verstandelijke handicap?

En vooral, hoe moet een kind zich uiteindelijk staande gaat houden in de maatschappij? Een samenleving die zo vreselijk anders is dan wat een kind de eerste twaalf jaren van zijn leven meemaakt in zo’n instituut. Juist in de fase dat alles ‘normaal’ is voor een kind. Totdat het van anderen leert dat iets niet normaal is en dat de wereld schokkend veel groter is dan wat hij tot dan toe heeft ervaren.

Standaard afbeelding
Monique Hollema
Ik heb een mening over borstvoeding, opvoeding en maatschappelijke issues en schrijf daarover. Maar ik hoop vooral aan moeders over te dragen dat ze het aangeboren instinct van zichzelf en hun kind mogen volgen. Daarom richtte ik het mamacafé Zaanstreek op en ben ik contactpersoon bij de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk.
Artikelen: 33

Geef een reactie