Naar de pagina-inhoud

Willen we echt leren opvoeden van nanny Jo?


  • 4 tot 5 minuten
  • 856 woorden
  • Paul Morgan

Ons stuk over de time-out heeft een hoop stof doen opwaaien. In verschillende kranten en op de radio werd aandacht besteed aan het onderwerp. En nu supernanny Jo Frost naar Nederland blijkt te komen, is het een goed moment om nog eens op de nadenkstoel te gaan zitten en ons af te vragen: willen we echt opvoeden leren van een tv-nanny?

Wat mag nog wel?

Niet zo gek natuurlijk, dat succes van de nanny en haar strafstoeltje: het lijkt namelijk reuze-effectief. Op de zeer korte termijn dan. Want hoe het met de gezinnen gaat na de uitzending, zien we eigenlijk niet. Dat wat meer structuur en aandacht voor liefdevolle interactie net zoveel effect, of zelfs méér effect geeft, dat levert natuurlijk minder leuke televisiebeelden op.

Jarenlang is ons een bepaald beeld van opvoeden voor ogen gehouden, die – in de woorden van schrijver Alfie Kohn – vooral een ‘doing to’-manier is. Oftewel: je kind iets actief aan- of afleren. ‘Goed opvoeden’ is synoniem geworden met gedragstraining. En dat terwijl opvoeding zoveel kleurrijker en complexer is. Die nanny Jo legt wat trucs in het opvoedgereedschapskistje van ouders. En dan komen die vermaledijde KROOSTmakers en die beweren dat je die gereedschappen best eruit kunt laten. En ouders kijken dan eens vertwijfeld in hun lege kistje en denken: ja, en nu? Wat mag ik dan nog wel dóen?

Paradigmaverschuiving

Het alternatief van ‘doing to’-methodes – kinderen iets opleggen- is ‘working with’, oftewel: samenwerken. Maar daarvoor is het eerst nodig om achter dat idee en naast je kind te gaan staan. Voor heel veel ouders – en ik ben geen uitzondering – is dat een enorme verschuiving in denken. Eentje die niet voor iedereen makkelijk te maken is. Dat verklaart waarom ideeën als een time-in zoveel stof doen opwaaien. Het raakt aan alles wat je denkt te weten over opvoeding en waar je misschien houvast aan hebt ontleend.

Om die verandering te maken, is het goed om meer over de achtergrond te weten. Waarom werkt die time-out bijvoorbeeld op de korte termijn? Onderzoeken laten zien dat sociale afzondering een gevoel van pijn en stress oplevert. Henk de Vos schrijft er op zijn blog ‘Toegepaste sociale wetenschap’ meer over.

Haken en ogen

Het is niet zo gek om te bedenken dat een kind, dat afhankelijk is van zijn ouders, zo’n time-out als heel vervelend ervaart. Sommigen zullen dit lezen en denken: goed zo, laat ze maar voelen dat ze iets verkeerds hebben gedaan. Maar daar zitten een aantal haken en ogen aan:

  • Je leert je kind ‘oog om oog, tand om tand’.
  • Je leert je kind dat iemand die groter en sterker is macht over je mag hebben.
  • Je verbreekt alle mogelijkheid voor het kind om het probleem op te lossen.
  • De communicatie wordt eenzijdig afgekapt.
  • Je keurt het gedrag af, maar het hele kind zit op de gang. Het is zeer twijfelachtig of kleine kinderen dat verschil begrijpen.
  • Je kind wordt afhankelijk van jouw mening en oordeel, niet omdat het jouw oordeel vertrouwt, maar vanuit angst voor straf.
  • Je leert je kind dat het jouw liefde (tijdelijk) kan verliezen.
  • Je reageert alleen op het gedrag en niet op de onderliggende gevoelens en emoties.

Misschien denk je nog steeds: prima! Dan is dit waarschijnlijk niet aan jou besteed (hoewel ik natuurlijk hoop dat je blijft meelezen). Voor ouders die zich níet op die manier met hun kind willen verhouden, daarvoor is het stuk over de time-in als redelijk alternatief geschreven.

‘Goed opvoeden’ is synoniem geworden met gedragstraining.

Goed gedrag of een goed kind?

Er is geen reden om aan te nemen dat wanneer je je kind niet onderwerpt aan gedragstraining, daar zeer verwende kinderen uit komen. Omgekeerd zul je met gedragstraining slechts tijdelijke gehoorzaamheid afdwingen. Maar voor de relatie zelf doet het weinig. En je kind leert er ook niet veel van, behalve dat het soms met dwang moet doen wat jij zegt. En je kunt je afvragen wat dat op de langere termijn betekent voor de relatie.

Die nanny past in onze tijd van vluchtige en snelle media, van de kortste weg kiezen. Maar dat is lang niet altijd de beste weg. Oppervlakkig goed gedrag wordt overdreven gewaardeerd. Maar kinderen, die sociaal hongerig en leergierig zijn, hebben er meer aan wanneer we de tijd en ruimte maken voor echt contact en liefdevolle relaties. Zij hebben een omgeving nodig waar je fouten mag maken en de ruimte krijgt om die te helpen herstellen. Waar je gedrag niet goed- of afgekeurd wordt, maar waar je je vrij voelt om te leren en te ontdekken. En die plek is niet op de trap, of op het strafstoeltje, maar in de relatie tussen mensen die om elkaar geven. En daar zouden we geen tv-nanny tussen moeten laten komen.

Alfie Kohn – Atrocious advice from “supernanny”

SMH – Super nanny or demonic Mary Poppins?

Mieke van Stigt – De nieuwe dominees prediken Het Verwende Kindsyndroom


Gabriëlle Jurriaans
Ooit ben ik begonnen als jeugdhulpverlener, maar heb me de laatste jaren helemaal op het schrijven gericht. Ik schreef eerder stukken over opvoeding voor onder andere NRC Next, De Groene, Vonk/ Volkskrant en voor verschillende tijdschriften en websites. Momenteel werk ik aan een boek en wil ik nieuwe projecten ontwikkelen, met name op het gebed van internetjournalistiek. Ik geniet erg van mijn twee 'knurften' waar ik elke dag van leer.