Alfie Kohn: The Myth of The Spoiled Child

Wie al eerder werk van Alfie Kohn gelezen heeft, weet dat het koren op zijn molen geweest moet zijn: een boek schrijven over de mythe van het verwende kind. En inderdaad, Kohn heeft wederom geen half werk geleverd.

Wie al eerder werk van Alfie Kohn gelezen heeft, weet dat het koren op zijn molen geweest moet zijn: een boek schrijven over de mythe van het verwende kind. En inderdaad, Kohn heeft wederom geen half werk geleverd.

Hebben we het niet allemaal wel eens gehoord, de verzuchting dat vroeger alles beter was en dat de jeugd van tegenwoordig bedorven en verwend is, dankzij ouders die alles maar goed vinden? Een bewering waar, zo blijkt uit dit boek, geen enkel bewijs voor te vinden is. Sterker nog: de bewering zelf is letterlijk zo oud als Methusalem. Al in de tijd van Socrates deden volwassenen dit soort beweringen, en dat is doorgegaan van generatie op generatie. Kohn stelde zichzelf dan ook de vragen: zijn kinderen van tegenwoordig nu echt zo verwend en komt dat door ouders die veel te toegeeflijk zijn? Of is er iets anders aan de hand? Untitled 1

In zijn thuisland, de Verenigde Staten, is het volgens Kohn onder de wat conservatievere inwoners bon ton om te roepen dat kinderen moeten wennen aan pijn en dat competitie goed voor ze is (want zo is immers ook het leven). Dit is een opvatting die zich inmiddels uitstrekt over allerlei vlakken: naast de opvoeding worden ook het onderwijs en de sport zo benaderd. 

Respect wordt hier vaak impliciet gedefinieerd als precies doen wat de ouders (leraren/coaches) zeggen. Opgelegd respect dus, vanuit angst. De beste manier om kinderen klaar te stomen voor de pijnlijke ervaringen waar ze tegenaan gaan lopen in hun latere leven, is volgens hen dan ook om ervoor te zorgen dat ze als kleine kinderen al genoeg pijn doormaken. Kohn noemt dit “BGUTI”: Better Get Used To It. Maar is het ervaren van rottige dingen dan genoeg om dat kind te leren hoe het er later op een productieve wijze mee om kan gaan?

What reason is there to believe that mere familiarity with something equips one to deal with it productively.

Kohn zocht en vond overtuigend bewijs tegen deze opvattingen, en legt ze uitgebreid uit in dit boek. Hij keek daarbij niet alleen naar jonge kinderen, maar ook naar grotere / volwassen kinderen en het op eigen benen leren staan. Hij haalt hierbij ook de zogenaamde “helikopterouders” aan, en vraagt zich af wat daar dan op tegen is? Het zal geen verrassing zijn dat hij ook over dit onderwerp een gedegen onderzoek vond, met een nogal verrassende conclusie:

[over helikopterouders]
“[…] but the students who did have such parents reported ‘higher levels of [academic] engagement and more frequent use of deep learning activities’. Jillian Kinzie, a researcher involved with that project, confessed that when she saw those results, her first reaction was: ‘This can’t be right. We have to go back and look at this again’.”

Een ander onderwerp dat dit boek behandelt is motivatie. Uiteraard kaart Kohn nog eens het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie aan, een van zijn stokpaardjes. Maar daarnaast komt ook het internaliseren van motivatie aan bod. Een opvoedprogramma als Triple P bijvoorbeeld leunt sterk op het idee van internaliseren: het idee is dat een beloning na verloop van tijd niet meer nodig is, omdat het kind de motivatie geïnternaliseerd heeft. Daar zit volgens Kohn echter wel een aantal haken en ogen aan. Zo beweert hij dat intrinsieke motivatie bij kinderen echt wel bestaat, ondanks de cynische blik van veel volwassenen daarop. Dus waarom zou je mensen extrinsiek willen belonen en daarmee voorbij willen gaan aan hun intrinsieke motivatie? Belangrijker nog is het volgende: kinderen kunnen een handeling door conditionering inderdaad internaliseren, bijvoorbeeld omdat ze zich anders onzeker voelen, geen houvast meer hebben of bang zijn voor gevolgen. Maar een veel sterkere internalisering ontstaat als kinderen de overtuiging hebben dat wat ze doen (of laten) voor een goed doel is, omdat het henzelf of anderen helpt. Wat belangrijk is om daarbij te onthouden, is volgens Kohn: 

 … just because motivation is internal doesn’t mean it’s intrinsic or integrated or ideal.

Wie al bekend is met het eerdere werk van Kohn, of misschien zelfs aanwezig is geweest bij zijn lezingen in de Rode Hoed in Amsterdam, in november 2013, zal in dit boek weer veel herkenbare informatie vinden. Het werk van Kohn roept regelmatig weerstand op bij mensen die er voor het eerst kennis mee maken. Simpelweg omdat het een manier van naar kinderen kijken is die in de westerse maatschappij vrij onconventioneel is en die geen hapklare oplossingen biedt. Maar bovenal van ouders vraagt om zeer kritisch te kijken naar hun eigen aandeel in de communicatie. Wie daar echter voor open staat, vindt een rijkdom aan vindingrijkheid en originaliteit, en vooral een hartverwarmende kijk op opvoeden en kinderen.

Laat je overigens niet afschrikken door de dikte van het boek: de teller staat inderdaad op 268 pagina’s, maar slechts 193 daarvan bevatten daadwerkelijk inhoud. De rest bestaat o.a. uit notities (maar liefst 37 pagina’s) en 23 pagina’s referenties/bronnen. Ook hiermee bewijst Kohn dat er overweldigend bewijs is tegen de stelling waarmee het allemaal begon, namelijk of kinderen van tegenwoordig echt zo verwend zijn, en ouders zo toegeeflijk. Het antwoord op deze vraag luidt luid en duidelijk: nee. 

Untitled 1

Meer weten?

Standaard afbeelding
Joyce van den Bogaard
Redacteur bij hetkind.org, moeder van een puberdochter en een kleuterzoon, Montessori-adept, serie-binger, wikipediaverslinder, gadgetfreak en geïnspireerd in opvoeden en het leven door Alfie Kohn.
Artikelen: 27

2 reacties

  1. Zie http://anw.inl.nl/article/helikopterouder#s=0&l=&lp=
    “Helikopterouders: een raar woord voor een oud begrip. Hoewel deze ouders natuurlijk altijd hebben bestaan, is er de laatste jaren in de media veel aandacht voor. Het zijn de überopvoeders onder ons. Ouders die hun kroost verschrikkelijk veel aandacht geven, hen overdreven beschermen en de ontwikkeling van zoon en/of dochterlief sturen evenals schoolkeuze, beroepskeuze, partnerkeuze, levensloop enzovoort. Hun inzet is voortdurend gericht op wat (zogenaamd) ‘het beste’ is voor hun kinderen.”

Geef een reactie