Naar de pagina-inhoud

Baby’s, huilen en troosten: de kracht van acceptatie



Waarom het oké is als kinderen huilen (en je dus geen trucjes hoeft te gebruiken om ze stil te krijgen). Jan Dirk van Abshoven is Gordon-trainer en geeft voor KROOST zijn visie op actualiteiten.

De geneugten van Facebook… van die korte leuke filmpjes, soms hilarisch, soms politiek, soms met handige tips. ‘Dokter onthult geheim: zo krijg je je baby binnen 1 seconde stil’: zo’n kop prikkelt meteen mijn nieuwsgierigheid. En het moet gezegd; in het filmpje zien we inderdaad een huilende baby die van rug naar buik wordt gedraaid en daarna vrij snel stopt met huilen.

Simpel trucje

Geheim, Baby, 1 seconde, Dokter. Allemaal toverwoorden die ons imponeren, om niet te zeggen op het verkeerde been zetten. Want wat is nou overtuigender dan een instant resultaat? Of sterker: wat is overtuigender dan een blij lachende baby? Wat kun je nu tegen een ‘simpel trucje’ hebben dat ‘het leven van veel jonge ouders een stuk gemakkelijker kan maken…’? Een ‘trucje’ dat Dr. Hamilton al een naam heeft gegeven: ‘The Hold’. Het filmpje is al meer dan 14 miljoen keer bekeken!

Nu snap ik wel dat een kinderarts er belang bij heeft dat een baby stil is in zijn spreekkamer, maar het risico – zeker met zo’n YouTube-filmpje – is dat veel ouders het te pas en te onpas gaan gebruiken. Ook na die drie maanden waarna volgens de dokter de glans van het trucje af is.

Belangrijker nog, is het besef dat ook dit voordeel ‘zijn nadeel heb’ (vrij naar Cruijff). Zo zag ik gelukkig ook onlangs dit artikel op Facebook voorbijkomen, waarin de schrijver zich afvraagt of het wel zo verstandig is om je kind te laten stoppen met huilen. Wie zijn best doet om zijn kind te laten stoppen met huilen, zegt in essentie: ‘Ik vind het niet oké dat je je voelt zoals je je nu voelt’. Of: ‘Jouw gevoelens zijn niet belangrijk’, of als we het verder doortrekken: ‘Jij bent niet belangrijk (voor mij)’.

Het niet accepteren van huilen is dus in wezen het niet accepteren van de emotie die daar de oorzaak van is, en daarmee het afwijzen van de ander zelf.

Ik hoef het mij niet aan te trekken. Sterker, ik hoef alleen te accepteren dat mijn kind een rotgevoel heeft (of had) en dat nu even van zich af moet huilen.

De taal van huilen

Toen mijn zoon als baby huilde, ging ik er vanuit dat hij zich rot voelde. En als ik hem knuffelde of wiegde, waarna het huilen stopte en hij weer blij keek, dacht ik dus dat hij zich weer goed voelde. En misschien was dat ook wel zo. In de loop van de tijd was wiegen echter niet meer voldoende en werd het meer schudden… of in de kinderwagen rondrijden in het huis… of met de auto een ritje maken…Uiteindelijk kreeg ik het huilen niet meer onder controle, en maakte paniek zich van mij meester. Ik kon toch moeilijk leven met een kind dat zich rot voelde?

Gelukkig kwam net op tijd Aletha Solter op mijn pad, de Zwitsers/ Amerikaanse ontwikkelingspsychologe die in 1984 haar baanbrekende werk schreef: The Aware Baby (In Nederland uitgegeven onder de titel ‘Baby’s weten wat ze willen’) waarin zij inzicht geeft in de ‘taal van huilen’.

Zo leerde ik dat baby’s last kunnen hebben van emotionele pijn, die het gevolg is van (een opeenhoping van) stressvolle ervaringen. Dat kan van alles zijn. Een raar geluidje, herinneringen aan de geboorte, de kleur van een lamp. Een goede huilbui helpt om de chemische balans van het lichaam te herstellen na stress. Dat geldt overigens voor mensen van alle leeftijden. Huilen is dus niet de pijn zelf, maar het is volgens Solter het proces van het pijnvrij worden. Huilen is dus ook niet de uiting van ongenoegen over mijn handelen als ouder. Ik hoef het mij niet aan te trekken. Sterker, ik hoef alleen te accepteren dat mijn kind een rotgevoel heeft (of had) en dat nu even van zich af moet huilen.

Met het accepteren van huilen zeg je al genoeg.

Daarna ging ik geregeld samen met hem op ons grote bed liggen, en sprak met rustige, liefdevolle stem dat ik het prima vond dat hij zo huilde. De eerste keer duurde het ruim twintig minuten. Maar de volgende keren werd het steeds korter, tot het op zo’n vijf minuten per keer bleef steken. Dat was blijkbaar genoeg om zijn stress van zich af te huilen.

Probleemkaping

Ik ben nu Gordon-trainer en leer ouders over effectieve communicatie met hun kinderen. In zijn model – dat dr. Thomas Gordon al in de jaren ‘50 ontwikkelde en waar zijn eerste boek ‘Luisteren naar kinderen’ op is gestoeld – gaat hij ervan uit dat ouders accepterend staan tegenover hun kind wanneer het kind een probleem (een rotgevoel) heeft. De gevolgen die dat rotgevoel voor de ouder heeft, kunnen praktisch zijn (het kost moeite, tijd, soms geld) of emotioneel (je voelt je schuldig, machteloos, onheus behandeld, gefrustreerd). Leg je de nadruk op de gevolgen voor jou – de gevolgschade – dan ‘kaap’ je als het ware het probleem van je kind, en maak je het jouw probleem. ‘Door jouw gehuil kan ik niet rustig een boek lezen’ of ‘Ik had graag een rustige avond gehad’. Hiermee zeg je onwillekeurig: ‘Mijn rotgevoel is belangrijker dan jouw rotgevoel’, en dus: ‘Ik ben belangrijker dan jij’.

De kans dat je kind vervolgens begrip heeft voor jouw rotgevoel is nihil. Het is dus zaak eerst oprechte aandacht en acceptatie te geven aan de ‘probleemeigenaar’. Meer is ook niet nodig. Je hoeft niets op te lossen, er wordt niets van je verlangd. Met het accepteren van huilen zeg je al genoeg, namelijk: ‘Ik accepteer dat je je nu voelt zoals je je voelt’ en daarmee ‘Ik accepteer jou’.

Moraal

Het willen stoppen van huilen komt niet alleen voor bij baby’s. We zeggen tegen onze peuter of puber: ‘Jongens huilen niet’ of ‘Wat stoer dat je niet huilt, ook al doet het pijn’. Wie helemaal harteloos is zegt ‘Stel je niet zo aan, zo erg is dat niet’ en denkt: ‘Daar worden kinderen hard van! Handig voor later in de grotemensenwereld, die ook zo hard is. Zijn ze alvast een beetje gewend…’

Nu lijkt dit een komische gedachte, ware het niet dat die zeer wijdverbreid is. Wij leggen onze kinderen hiermee een moraal op (of dragen die op zijn minst uit), waarvan maar de vraag is of we die echt willen overdragen of zouden moet willen overdragen. Het gaat hier om het in stand houden van een evolutionaire moraal, die van het recht van de sterkste. Ben je ‘hard’, dan kun je het harde leven aan. Kun je klappen opvangen, dan red je het in de wereld van ‘dog eat dog’.

Je hoeft niets op te lossen, er wordt niets van je verlangd. Met het accepteren van huilen zeg je al genoeg, namelijk: ‘Ik accepteer dat je je nu voelt zoals je je voelt’, en daarmee: ‘Ik accepteer jou’.

Een kind dat huilt heeft bij jou de veiligheid gevonden om kwetsbaar te zijn, en daarmee zijn eigen gevoelens te kunnen ontdekken. Dit is de basis voor het ontwikkelen van sociale en intieme relaties. Accepteer je het huilen van je kind, en daarmee het zich ontladen in een veilige setting, dan maak je van je kind geen watje, maar help je het juist om te gaan met (sterke) emoties, die het zeker in zijn latere leven ook gaat tegenkomen. Gevoelens van onzekerheid, (faal)angst en frustratie. Waar anders zou je kind daar ervaring mee op moeten doen?

Liefde

Als je als ouder het huilen van je kind als ‘zwak’ afwijst, zeg je zoveel als: ‘Ik hou niet van je als je ‘zwak’ bent.’ Terwijl liefde nu juist het belangrijkste is dat je je kind kunt geven. Alfie Kohn spreekt van onvoorwaardelijke liefde. Dus niet ‘Ik hou van je als je doet wat ik wil of gedraagt volgens mijn waarden.’ Daar zit de boodschap achter: ‘Liefde is iets dat je kunt krijgen als je je aanpast.’ En dat is natuurlijk niet zo! Liefde is een bevestiging van wie je bent, niet van wat je doet.

 


Jan Dirk van Abshoven
Begon zijn carrière als tangodanser en werd later ook docent en hoofdredacteur van het tangomagazine La Cadena. Vlak voor de geboorte van zijn zoon in 2003 kwam hij in aanraking met de communicatiemethode van de Amerikaanse psycholoog Thomas Gordon, en was zo geïnspireerd, dat hij de opleiding tot trainer volgde. Sinds 2004 geeft hij Gordon-trainingen aan ouders, verzorgt trainingen voor medewerkers op kinderdagverblijven en managementtrainingen voor leidinggevenden. Hij is gelicentieerd Gordon-coach en heeft een praktijk in Amsterdam. Hij staat thuis het liefst achter het fornuis en is een fan van alle Oosterse keukens.