Naar de pagina-inhoud

Puberperikelen


  • 2 tot 3 minuten
  • 414 woorden
  • Suzan Put

Ouders van nu staan voor heel nieuwe uitdagingen in de vorm van (sociale) media. Suzan kreeg er mee te maken toen haar puberzoon iets flikte. En ze ontdekte dat ondanks alles kinderen het meestal niet zo slecht bedoelen.

Het lampje van het antwoordapparaat knippert, een ingesproken bericht van de school. Ik moet bij het afdelingshoofd komen. Mijn zoon van 14 heeft iets ergs gedaan. In een groepsapp van de klas heeft hij een jongen uitgescholden. Voor ‘mongool’, en nog meer van dat soort ‘fraais’.

Natuurlijk vraag ik hem hoe het zit. Ik krijg ook meteen een afschrift van de scheldpartij te zien. Wel zo fijn, omdat ik dan niet voor nog meer onaangename verrassingen kom te staan in het gesprek straks. Hij legt me ook uit hoe het zo kwam. Mijn zoon en deze jongen boteren niet bepaald. Ze hebben een flinke geschiedenis samen, waarbij ook dingen als vechtpartijen en hersenschuddingen langskwamen. En nu dus dit: zwart op wit schelden in een groepsapp.

Dát hij daarmee een foute keuze heeft gemaakt, dat begrijpt hij ondertussen wel – je wordt niet zomaar bij het afdelingshoofd geroepen. Voor zijn kant van het verhaal kan ik ook wel begrip opbrengen. Zo’n dag waarop het je even teveel is, en je supergefrustreerd bent door het zoveelste voorval. Dan kan het gebeuren dat je zo’n uitglijer maakt.

Het afdelingshoofd is een fijne vrouw om mee te praten. We begrijpen elkaars standpunten wel, het is een pittige klas met de nodige botsende persoonlijkheden. De andere jongen heeft het moeilijk, op school en daarbuiten. Echt oplossen kunnen we de situatie eigenlijk niet; tenminste, ik verwacht geen wonderen van het zoveelste geplande gesprek met de heren. Vrienden hoeven ze niet te worden, maar goede klasgenoten voor elkaar zijn is wel zo fijn als je jarenlang samen in de klas zit.
Over één ding zijn we het niet eens. Ze vindt dat we voor straf de mobiel van onze zoon in moeten nemen voor een week of twee. Daar ben ik het pertinent niet mee eens, want wat zou hij daar nu van leren? Ik zou er hooguit mee bereiken dat ik onze band verstoor. Nu konden we open en vrij praten over hoe een en ander zo gekomen was. Dát hij fout bezig is geweest, dat is hem al meer dan duidelijk.
Thuisgekomen schiet me nog een vraag te binnen: ‘Weet je eigenlijk wat een mongool is?’ ‘Ja, iemand uit zo’n land ver weg, bij China in de buurt.’

Suzan Put
Beelddenker met ontelbaar veel hobbies, twee rechterhanden en fingerspitzengefühl. Moeder van puberzonen en kleuterdochter.