Naar de pagina-inhoud

‘Niemand greep ooit in’ – een ervaringsverhaal over kindermishandeling


  • 10 tot 11 minuten
  • 2.025 woorden
  • Suzan Put

Het is de week tegen kindermishandeling. Ieder jaar worden in Nederland 119.000 kinderen mishandeld. Dat is gemiddeld één kind per klas. Annemiek sprak een vrouw die als kind lichamelijk en geestelijk mishandeld werd, maar die probeert haar eigen kinderen geweldloos en onvoorwaardelijk op te voeden. Uit loyaliteit naar haar ouders wil de vrouw anoniem blijven.

‘Mijn vader was een dominante en sadistische man. Hij heeft mijn zussen en mij stelselmatig zowel lichamelijk als geestelijk mishandeld. Dat varieerde van schoppen en slaan, en van kleineren of voor schut zetten tot negeren, dagenlang soms. Ik kon meestal goed voorspellen wanneer dat zou gebeuren. Als ik me niet gehoord of gezien voelde, probeerde ik hem altijd uit de tent te lokken, en dan wist ik dat hij heel boos zou gaan worden. Steeds bozer ook, en dat het zou eindigen met een pak slaag. Maar mijn drang om toch gezien te worden, om hem te confronteren met wat hij aan het doen was, om te laten zien dat ik echt iemand was, was zo groot, dat ik dat vaak voor lief nam. ‘Je weet het niet meer hè! Je wilt me weer gaan slaan,’ die zin was een zekere trigger voor lichamelijk geweld. De situaties waarin dit gebeurde waren heel divers. Het kon zijn dat we allebei naar de radio wilden luisteren, ik mijn cassettebandjes met kinderliedjes en hij zijn eigen muziek, en dat ik dan boos werd omdat ik altijd het onderspit delfde. Mijn wens was blijkbaar minder belangrijk dan de zijne, ik had minder recht op het gebruik van de radio dan hij, zo voelde dat.

Als je genegeerd wordt, besta je dan nog wel? Ben je dan nog wel een mens? Ben je dan nog belangrijk voor iemand?

Groot rechtvaardigheidsgevoel

Het kon ook zijn dat hij gewoon vond dat ik ‘een grote mond’ had, wat meestal betekende dat ik mijn mening over iets gaf, of dat hij een slechte dag op het werk had gehad en zich afreageerde. Het genegeerd worden, dagenlang achtereen soms, vond ik misschien nog wel erger. Want als je genegeerd wordt, besta je dan nog wel? Ben je dan nog wel een mens? Ben je dan nog belangrijk voor iemand? Ik kan niet eens benoemen wat dat met me gedaan heeft, maar ik weet wel dat het diep ingrijpt in je gevoel van mens-zijn, van waardigheid, van bestaansrecht.

Ik was een kind met een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ik heb altijd gevoeld dat het, ondanks dat hij anders beweerde, niet aan mij lag, maar aan hem. Dat hij machteloos was. En dat hij mij daarmee machteloos probeerde te maken. Want ik werd niet gehoord, niet gezien en wat ik zei of deed, werd bespot. Het heeft ervoor gezorgd dat ik ook nu nog, als volwassen vrouw, heel gevoelig ben voor gehoord en gezien worden.

Dat is voor mijn partner best wel eens moeilijk geweest, en nog wel. Gelukkig kan ik met hem praten over wat er gebeurd is en wat de gevolgen voor mij zijn geweest, en snapt hij ook heel goed dat het zo werkt. Voor hem was het ook heel pijnlijk om te horen wat er gebeurd is. Hij kent het zelf gelukkig niet, en hij is ook degene die mij altijd gestimuleerd heeft om te proberen te begrijpen hoe kindermishandeling werkt, waarom gebeurd is wat gebeurd is, en vooral ook hoe wij later, als we zelf kinderen zouden krijgen, dit een plek zouden kunnen geven. Een plek die geen ontkenning is van wat er gebeurd is, maar die wel een waarschuwing kan vormen voor ons: zo moeten we het zeker niet willen doen. Laten we elkaar altijd scherp houden.

Natuurlijk kreeg ik altijd te horen: ‘Wacht maar tot je zelf kinderen hebt!’. Maar nu ik zelf moeder ben, snap ik die opmerkingen alleen nog maar minder.

Juist ook door mijn grote gevoel voor onrecht voelde ik als kind al heel goed wat wel en niet ‘normaal’ is. Ik zag wat zijn gedrag met mij en mijn zussen deed, en hoewel ik rationeel kon verklaren waarom hij zich zo gedroeg (hij had zelf een slechte jeugd gehad, zo leerde ik), voelde ik ook wat zijn gedrag met me gedaan zou kunnen hebben als ik niet zo in elkaar had gezeten als ik zit. Ik wist toen al dat ik nooit zo met mijn eigen kinderen om zou willen gaan. Natuurlijk kreegIMG_2455b ik altijd te horen: ‘Wacht maar tot je zelf kinderen hebt!’. Maar nu ik zelf moeder ben, snap ik die opmerking alleen nog maar minder. Hoe zou ik ooit de mensen van wie ik het allermeeste houd, zo pijn kunnen doen? En andersom ook: die keren dat hij me met geweld naar mijn kamer stuurde en ik daar zat, hem vreselijk dood te wensen, zo dood dat ik hem nooit meer zou hoeven zien, dat kan toch nooit de bedoeling zijn van kinderen krijgen en samen een warm en liefdevol gezin vormen? Ik heb me over die gedachtes nooit schuldig gevoeld later, want op die momenten wenste ik hem oprecht dood. Zo verwoestend is blijkbaar het effect van straf en mishandeling. Maar het maakte ook dat ik later dacht: straffen verstoort de relatie tussen een ouder en een kind zo erg, het zou vreselijk zijn als mijn kind mij later vanuit de grond van zijn hart dood zou wensen.

Bondgenoten

Het heeft er ook voor gezorgd dat de band tussen mijn zussen en mij niet goed is. We zien elkaar niet zo heel veel, ons contact is oppervlakkig ook. We zijn meer dan eens tegen elkaar opgezet als kinderen. We werden onderling vergeleken en dan werd er een oordeel geveld over wie of wat ‘beter’ was. Daarom zijn we nooit echt ‘bondgenoten’ geweest. We voerden ieder onze eigen strijd en ik denk dat we dat nog doen, al zijn we er uiteindelijk allemaal anders mee omgegaan.

De basis voor het opvoeden van mijn eigen kinderen was en is heel simpel en komt voort uit mijn eigen jeugd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’

Voor mij is gek genoeg in mijn jeugd wel de basis gelegd van hoe ik mijn eigen kinderen ben gaan opvoeden. Nu zouden we het Onvoorwaardelijk Ouderschap noemen, maar dat boek van Alfie Kohn was toen nog helemaal niet geschreven. De basis voor het opvoeden van mijn eigen kinderen was en is heel simpel en komt voort uit mijn eigen jeugd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’ Na jaren therapie, om alles uit mijn jeugd een plaats te geven, was ik wel toe aan kinderen. Ik voelde me sterk, had een visie op opvoeden en een partner die daar precies hetzelfde over dacht en denkt.

Als je je echt en oprecht kunt, wilt en vooral ook durft te verplaatsen in je kind en kunt voelen wat jouw acties met je kind doen, en hoe je zelf bejegend zou willen worden als je je kind was, dan komt het met je morele kompas wel goed. Dat motto voelt nu zo sterk, is inmiddels zo geïnternaliseerd ook, dat ik niet vaak hoef na te denken of te twijfelen. Dat ik niet hoef te schreeuwen of boos hoef te worden. Dat ik me gewoon alleen maar hoef voor te stellen wat mijn gedrag met mijn kinderen doet, en hoe ik ze daadwerkelijk kan zien en horen voor wie ze zijn, hoe ik echt naar ze kan luisteren en hoe ik ze het gevoel kan geven dat ze ertoe doen. En natuurlijk maak ik ook wel eens fouten. Daar wijzen ze mij dan ook op, en meestal ben ik dan vreselijk geraakt en ontdaan, maar tegelijkertijd weet ik dan ook dat ik kritisch naar mezelf moet durven kijken en moet proberen daarvan te leren. Om het een volgende keer in een soortgelijke situatie anders te kunnen doen, beter liefst.

Inspiratie uit boeken

Door dit alles geloof ik persoonlijk ook niet zo erg in ‘opvoeden op gevoel’. Natuurlijk is je gevoel bij opvoeding ontzettend belangrijk, maar het risico is dan ook aanwezig dat je doet wat je van huis uit gewend bent. Je weet immers niet beter, dat is wat je meegekregen hebt. Het is een mechanisme dat ik veel om me heen zie. Een goede vriend van ons verzuchtte het laatst: ‘Ik zie mezelf hetzelfde doen als mijn ouders bij mij deden, en ik word helemaal gek van mezelf, maar ik weet niet hoe ik het anders moet doen.’ Ik ben dus ook groot voorstander van jezelf verdiepen in de materie. Er is heel veel uitstekende en prima leesbare literatuur te vinden over opvoeding, over de effecten van straf op kinderen en op de relatie met hun ouders.

Hoewel mijn gevoel altijd al wel zei dat geweld (verbaal of lichamelijk) nooit een oplossing is, heb ik uit die boeken dus ook veel inspiratie gehaald voor later. Ik heb geleerd dat er achter het ‘vervelende’ gedrag van een kind altijd een behoefte ligt die je kunt onderzoeken. Ik heb geleerd dat een kind van nature niet manipulatief is, en dat je dus ook niet van het slechtste uit moet gaan bij ze. En ik heb geleerd dat willen en durven luisteren naar wat je kind te zeggen heeft, en kritisch naar jezelf durven kijken, zorgt voor een betere relatie en als gevolg daarvan dus ook minder conflicten in huis. Allemaal dingen die ik heus al wel (aan)voelde, maar die ik door veel te lezen gelegitimeerd heb gezien. Het geeft houvast.

Later, toen ik al volwassen was, zei een oom me ooit dat hij wel altijd vermoedens heeft gehad, en ook een oudere nicht heeft me wel eens gezegd hoe het agressieve gedrag van mijn vader opviel. Maar niemand greep ooit in, ik vond bij niemand steun ook.

Leer signalen herkennen

In mijn jeugd is er bij mijn weten nooit iemand geweest, niet in de buurt, niet op school, niet in de familie, die ooit iets geweten heeft van de situatie thuis. Althans, er heeft nooit iemand ingegrepen. Ik ben wel eens met een blauw oog op school gekomen, maar kan me niet herinneren dat de juffrouw me gevraagd heeft waar dat door kwam. Of misschien heeft ze het wel gevraagd, maar heb ik er, uit loyaliteit, een antwoord op verzonnen. Je wilt immers niet nog meer in de problemen komen en je voelt ook schaamte. Later, toen ik al volwassen was, zei een oom me ooit dat hij wel altijd vermoedens heeft gehad, en ook een oudere nicht heeft me wel eens gezegd hoe het agressieve gedrag van mijn vader opviel. Maar niemand greep ooit in, ik vond bij niemand steun ook. Achteraf vind ik het schokkend om dat te moeten concluderen. Kennen mensen de signalen niet, durven ze niet goed in te grijpen, bang dat ze het fout hebben? In mijn geval is dat goed afgelopen, als ik dat zo mag zeggen, maar hoeveel kinderen maken dit dagelijks mee en komen er slechter uit? Ik denk dat dat er heel veel zijn. Alleen al de opmerking die je vaak hoort: ‘Ik kreeg ook wel eens een klap, en dat is voor mij heel goed geweest’ is daar een bewijs van. Juist het feit dat je die zin zo uit kunt spreken, betekent voor mij dat je er niet goed uit gekomen bent. Voor die kinderen, en voor al die ouders die zich soms machteloos voelen in de opvoeding, wilde ik mijn verhaal doen.’

We kunnen ons voorstellen dat er lezers zijn die na het lezen van dit verhaal zelf graag met iemand over hun eigen ervaringen willen praten. Bij stichting Korrelatie kan je (anoniem) terecht voor professionele hulp.

 

Verder lezen

 


Annemiek Verbeek
Vindt van alles over van alles, maar schrijft als freelance journalist vooral over opvoeding, onderwijs en (geboorte)zorg. Probeert her en der ook wat in de praktijk te brengen op/met twee schoolgaande dochters van 10 en bijna 8 en een heerlijke peuter van 3.