Naar de pagina-inhoud

Zure druiven



Toen Annemiek haar derde kind verwachtte, had ze in haar hoofd dat ze weer borstvoeding zou geven. Maar het liep totaal anders dan zij had gedacht.

Een hongerige vos zag een fraaie tros druiven hangen aan een lange wijnstok. Hij ging op zijn twee poten staan om de druiven te grijpen, maar de tros hing te ver. De vos nam een aanloopje en sprong hoog in de lucht, maar nog kon hij de tros niet bereiken. Wat de vos ook probeerde, het lukte hem niet de druiven te pakken. Dus gaf hij op. De vos keerde zich om met de neus in de lucht en liep weg alsof het hem niks kon schelen. “Ik dacht dat die druiven rijp waren,” zei hij tegen zichzelf, “maar nu zie ik dat ze toch zuur zijn.

De Griekse dichter Aisopos wist in zijn fabels het menselijk gedrag feilloos te typeren. Als iets mislukt – iets dat we zo graag willen – dan ‘helpt’ ons brein ons door het begeerde af te doen als iets minderwaardigs, onbenulligs of stoms.

Toen ik voor de derde keer zwanger werd, keek ik er enorm naar uit om weer een langere periode een kindje aan de borst te hebben. Mijn twee oudste meiden hadden allebei twee jaar borstvoeding gekregen en al ben ik de laatste om die periode glorieus te verheerlijken, ik verlangde er toch weer naar om op die manier samen te zijn met dit mensje-in-wording in mijn buik.

Maar alles liep anders. En hóe. Want onze derde dochter werd geboren met een open gehemelte. Aanleggen lukte niet. Niet dat eerste uur, niet de eerste dag, niet de eerste week. Kolven dus. Dag en nacht, iedere twee uur. ‘Het duurt even’, zei ik tegen mezelf. ‘Even volhouden’, zei mijn man. ‘Gewoon ontspannen en het gaat stromen’, zei mijn kraamverzorgende. Maar er stroomde niets. Niet na een dag, niet na een week, niet na een maand. Wat ik ook deed (of niet deed), slikte of probeerde: meer dan een bodempje moedermelk kwam er niet uit mijn borsten.

Moedermelk krijgt ze, die lieve mooie meid van me. Maar niet van mij.

Ondertussen schreeuwde mijn lijf om op die manier met mijn baby samen te zijn. Merkte ik hoe essentieel borstvoeding als onderdeel voor het moederschap in mijn systeem verankerd zat. Dat ik niet die symbiose met mijn baby kon aangaan, dat ik zelfs niet genoeg melk had om mijn eigen kind te voeden; ik kon het niet accepteren. Ineens stond ik met lege handen. Geen idee hoe ik een band moest aangaan met die blozende baby. Hoe ik haar kon troosten. Laat die babytijd maar snel voorbij gaan, geen lol aan te beleven zo.

Die fles, ik vervloekte die fles. En honderden flesjes later vervloek ik ze nog steeds, al treedt er natuurlijk gewenning op. Moedermelk krijgt ze, die lieve mooie meid van me. Maar niet van mij. Mijn moderne minnen, die de kracht van sisterhood zo onvoorwaardelijk betekenis geven. Zij kolven voor mijn kind. Liters en liters vulden de afgelopen maanden mijn vriezer. Ze drinkt het gulzig en groeit er goed op. Een borstvoedingsrolmops zoals ik het voor ogen had.

Ik moest het loslaten. Móest. Want na zes weken dag en nacht kolven omhulde de donkere sluier mijn geest steeds nauwer. Haast ondoordringbaar door de nevel in mijn hoofd, zag ik nog nét een opening om te omarmen wat er wél was. Een prachtig meisje, zo afhankelijk van mij, in mij gegroeid, uit mij geboren. Hoe kon ik mijn lijf – dat zoiets prachtigs gemaakt had – nou vervloeken?

De kolf ging op Marktplaats en de nevel trok op. En met het optrekken van de nevel, werd de tros druiven aan die boom een tikkie zuurder. Want het was toch best makkelijk eigenlijk, dat mijn baby niet volledig van mij afhankelijk was voor haar voedingen. Dat ze beter sliep dan haar borstgevoede zussen, dat leek toch wel een voordeeltje op het conto van de fles. ’s Ochtends voor de kledingkast hoefde ik geen moment na te denken over praktische op-/afschuifmogelijkheden. En het wijntje ’s avonds hoefde niet berekenend geconsumeerd te worden.

Geen idee hoe het was gegaan als mijn baby niet mijn derde, maar mijn eerste baby was geweest.

Zo werkt dat dus. Zelfs als overtuigde borstvoedingsmoeder, werd de tros druiven van sappig zoet, steeds zuurder. Makkelijker te verteren dat ik niet ging krijgen waar ik zo naar verlangde. Hoe zou het gegaan zijn als ik niet al vier eerdere succesvolle en af en aan fijne borstvoedingsjaren achter de rug had? Zou ik dan ook makkelijker jubelende borstmoeders als maffiose idioten afwimpelen? Want hee, op de fles worden kinderen ook prima groot. En hoe dúrf je te stellen dat flessenkindjes moeilijker hechten omdat ze het met minder huid-op-huid contact moeten doen. Dat schuldgevoel dat nu nog steeds zachtjes sluimert in mijn onderbuik, zou ik dat afwimpelen op andere moeders? Op de ‘maatschappij’ die borstvoeding als norm serveert en daarmee prille moeders onnodig druk oplegt?

Geen idee hoe het wslapend meisjeas gegaan als mijn baby niet mijn derde, maar mijn eerste baby was geweest. Want nu weet ik wél dat troosten echt veel, véél, makkelijker gaat als je borstvoeding geeft. Dat de nachten, ook al slaap je minder uren, meer ontspannen zijn als je met je baby aan de borst weer verder kunt doezelen, in plaats van dat je naar de koude keuken moet om een flesje klaar te maken. Dat ik nu moet nadenken over momenten dat mijn meisje bloot tegen me aan kan liggen. Dat elk uitstapje voorafgegaan wordt door het afwerken van een checklist aan benodigdheden om onderweg te kunnen voeden.

Ik ben een borstvoedingsmoeder die geen borstvoeding geeft. Feitelijk behoor ik tot geen enkel ‘kamp’ meer, in het niemandsland tussen twee werelden waar de leden soms in totaal verschillende talen praten. Ineens begrijp ik ze allebei. Zowel de trotse borstvoeder die haar kind een half jaar voedt en dat van de digitale daken op Facebook schreeuwt, als de flessenmoeder die dat overdreven gekakel vindt. Zowel de flesvoeder die tijdens het voeden haar kleinte liefdevol tegen zich aandrukt, als de borstmoeder die stug blijft geloven dat het contact met haar baby intiemer is.

Wat voor smaak is dat eigenlijk – tussen zoet en zuur in?


Annemiek Verbeek
Vindt van alles over van alles, maar schrijft als freelance journalist vooral over opvoeding, onderwijs en (geboorte)zorg. Probeert her en der ook wat in de praktijk te brengen op/met twee schoolgaande dochters van 10 en bijna 8 en een heerlijke peuter van 3.