Onvoorwaardelijk opvoeden, vanaf wanneer doe je dat?

'Onvoorwaardelijk omgaan met je kind doe je vanaf het moment dat je kind begint te praten' las ik een keer. Het idee erachter is dat onvoorwaardelijk ouderschap vooral iets is wat je dóet: door middel van praten, van onderhandelen, van behoeftes zien en benoemen. Ik wil graag een pleidooi houden voor onvoorwaardelijk zíjn, vanaf de babytijd, of misschien zelfs nog wel daarvoor.

‘Onvoorwaardelijk omgaan met je kind doe je vanaf het moment dat je kind begint te praten’ las ik een keer. Het idee erachter is dat onvoorwaardelijk ouderschap vooral iets is wat je dóet: door middel van praten, van onderhandelen, van behoeftes zien en benoemen. Ik wil graag een pleidooi houden voor onvoorwaardelijk zíjn, vanaf de babytijd, of misschien zelfs nog wel daarvoor.

Niet doen, maar zijn

Het is best lastig: je kind nemen zoals het is, met alle goede en minder leuke kanten. Het vereist wat van je inlevingsvermogen en je zult soms het juk van je eigen opvoeding van je af moeten schudden. Maar wanneer je daarmee bezig bent, zit je in een proces van groei. En groei, dat weten we eigenlijk wel van alle andere relaties in ons leven, is essentiëel. Onvoorwaardelijkheid is een filosofie, een manier van denken en kijken, niet alleen naar je eigen kind, maar ook naar jezelf en iedereen om je heen. Hóe je daar vorm aangeeft, is minder interessant, het gaat vooral om de intentie en de gedachte achter je handelen. De een voelt zich prettig bij veel praten en onderhandelen, de ander is misschien lichamelijker. De een voelt zich toch het fijnst bij een aantal duidelijke afspraken (maar dan meer voor zichzelf dan voor het kind), een ander houdt van een grote mate van vrijheid en creatieve chaos. De overeenkomst ligt hem in de basishouding. Bij onvoorwaardelijk ouderschap gaat het dus niet zozeer om wát je doet, maar waarom je iets doet.

Ook bij baby’s? Juist bij baby’s!

Misschien ken je dit scenario: een baby wordt als een ‘ding’ doorgegeven aan de visite. De beentjes bungelen wat naar beneden en de baby wordt achterstevoren aan oma gegeven. In de opleiding voor babymassage leerde ik iets dat basisbevestigend dragen heet. Kort gezegd: in plaats van bungelende beentjes, steun je het kontje van de baby. Dat is beter voor de heupjes is mij verteld, maar belangrijker nog: het kind ‘voelt’ zich in zijn lijf zitten, in plaats van als hangend, bungelend ‘ding’. En als je je baby aan tante Miep of oom Hans geeft, dan draai je het naar diegene toe in een rustig tempo en vertelt wat er gaat gebeuren. ‘Kijk, daar is tante Miep, die wil jou graag even vasthouden’. Dat geeft je baby vertrouwen. Zo voel je je betrokken bij wat er gebeurt, als een echt mens, ook al ben je nog heel klein. Onvoorwaardelijk toch?

Nog een voorbeeld: als dreumes wilde mijn zoon soms zijn sokken niet aan. Totdat ik elke ochtend twee of drie knoedeltjes sokken neerlegde voor hem en zei: ‘welke sokken ga jij kiezen?’. Dikke pret en je neemt je kind uiterst serieus in zijn wens om een beetje regie over zijn leven. Het zijn maar sokken, maar als je anderhalf bent, kan dat bloedserieuze shizzle zijn.

Of wat dacht je van Rapley? Oftewel je baby de regie geven over wat hij in zijn mondje stopt? Alfie Kohn schrijft in zijn boek dat als we kinderen kunnen laten beslissen, we hen ook zoveel mogelijk zelf moeten laten beslissen. Want, zegt hij, kinderen leren zelfstandig beslissingen te nemen, door daar vooral veel mee te mogen oefenen.

Nog eentje dan: je baby huilt zich een kriek. Ze weigert de borst, dus honger is het niet. Je hoort geen gerommel in haar buik en haar luier is nog droog. Je neemt je kind op schoot, of in de doek, praat zachtjes tegen haar en stelt haar gerust: ‘Ik weet niet wat er is, maar ik ben er. Samen komen we hier wel doorheen’.

Of zoiets.

Ja maar…

Wacht even, denk je nu misschien, dit is toch weer natuurlijk ouderschap? Dat kan. Of niet. Want onvoorwaardelijkheid zit hem in de gedachte erachter: je kind respecteren, streven naar open en eerlijke communicatie, je kind nemen zoals hij is, niet (alleen) naar het zichtbare gedrag kijken, maar vooral naar de behoefte achter het gedrag. En die hokjes zijn op zich niet belangrijk: hoe je kijkt naar je kind, of je je kind erkent als mens met dezelfde basisbehoeftes als ieder ander, dát maakt je tot onvoorwaardelijke ouder. En hoe je daar vorm aan geeft, dat bepaal je zelf, samen met je gezin. Je creëert zo je eigen gezinscultuur, en die is dynamisch, onderhevig aan verandering en groei. Eentje waar de stem van je kind gewoon ook telt.

Dus

Je kunt in tien onvoorwaardelijke gezinnen komen en in alle tien pakken ze het totaal verschillend aan. Elk gezin legt het accent net anders, communiceert net anders, vindt andere dingen belangrijk. Maar ze hebben één belangrijk ding gemeen: zij respecteren de eigenheid van hun kind en willen op basis van vertrouwen en liefde met elkaar omgaan. Zonder voorwaarden, zonder trucjes, maar met wederzijds respect. En – hopelijk – een hele hoop lol.

Standaard afbeelding
Gabriëlle Jurriaans
Ooit ben ik begonnen als jeugdhulpverlener, maar heb me de laatste jaren helemaal op het schrijven gericht. Ik schreef eerder stukken over opvoeding voor onder andere NRC Next, De Groene, Vonk/ Volkskrant en voor verschillende tijdschriften en websites. Momenteel werk ik aan een boek en wil ik nieuwe projecten ontwikkelen, met name op het gebed van internetjournalistiek. Ik geniet erg van mijn twee 'knurften' waar ik elke dag van leer.
Artikelen: 58

Geef een reactie