Naar de pagina-inhoud

Een goed gesprek met Celia Ledoux


  • 6 tot 7 minuten
  • 1.373 woorden
  • Bob van Mol

Celia Ledoux, schrijfster van babyboeken ‘Mama’ en ‘Slaap je al door?’ is een alleskunner. Onlangs debuteerde ze met haar eerste, goed ontvangen roman ‘Wild Vlees’, ze schrijft columns en opiniestukken voor kranten en tijdschriften en nu is ze met weer een nieuw project begonnen: iBaby, een website om ouders van jonge baby’s op weg te helpen in de wondere wereld van het ouderschap. KROOST sprak met haar.

Het leuke van Skype: een paar klikken en ik zit zomaar in het beeldschone appartement van Celia Ledoux in Brussel. Terwijl haar twee kinderen van 6 en 2 om haar heen dartelen, balanceert ze haar laptop op de ene arm en gebruikt ze de andere arm om pannenkoeken te bakken, muntthee te zetten, haar lenzen in te doen en in rap Frans met een makelaar aan de telefoon te praten. En dat alles met een grote lach op haar gezicht. Ouderschap en werk combineren? Voor Celia de normaalste zaak van de wereld.

Scala aan keuzes

Je hebt twee populaire babyboeken en een succesvolle debuutroman geschreven, je geeft lezingen en schrijft opiniestukken. Waarom ben je nu met iBaby begonnen?

‘Ik geef al jaren advies aan ouders. Na lezingen, en natuurlijk via sociale media, komen ouders naar mij toe met vragen. Het is een enorme doorbraak in ouderschap en solidariteit onder ouders, die sociale netwerken. Door al het onderzoek dat ik heb gedaan, is mijn netwerk groot. Ik ken de weg, terwijl jonge ouders vaak het warme water opnieuw moeten uitvinden.

In België ben ik een beetje een pionier. Over baby’s werd in de media hetzij lacherig of snoezig infantiel gedaan, of belerend door professionals. Dat je met empathie en respect met baby’s kunt omgaan, was nog vrij nieuw. Ik vertolk een stem die aansluit bij ouders. Die willen het vandaag anders doen dan vorige generaties. Ze gaan met empathie en gebaseerd op feiten met hun kind om, maar bedden hun ouderschap ook in in hun leven.

Alleen, we krijgen geen opleiding in ouderschap. Volgens mij voelen ouders zelf perfect aan wat ze willen, maar overzien ze het scala aan keuzes niet. Overheidsinstanties en medici bieden vaak nog maar één oplossing aan, maar die mayonaise lukt niet meer bij deze generatie. Ze hebben gewoon wat feitenkennis nodig. Die wil ik met alle respect voor hun keuzes geven. Want ik vind hen wel dé expert over hun kindje.’

Overheidsinstanties en medici bieden vaak nog maar één oplossing aan

Kun je iets vertellen over hoe de situatie in België is rondom de zorg voor jonge kinderen?

‘De Vlaamse situatie lijkt wel enigszins op die in Nederland. In Nederland zijn meer protocollen, in België zijn zorgverleners vrijer. Beiden kunnen een nadeel hebben: Als in Nederland de zorg standaard is, krijg je dus overal dezelfde adviezen en die passen niet bij iedereen. In België is dan weer een beetje gokken bij wie je terecht komt. Die hulp zit niet in een keurslijf, en kan heel goed of totaal niet bij je passen.

Dan is er nog de hulp die wel bestaat, maar die ouders niet vinden. Ik heb het bijvoorbeeld over een zelfstandige vroedvrouw of goede kraamzorg – beide nochtans volledig terugbetaald – of zelfs het bestaan van een lactatiekundige. In België kun je rechtstreeks naar de kinderarts, dat is ook anders dan in Nederland.

Begrijp me goed, er zijn fantastische mensen in de zorg. Maar een arts moet bij je passen. Een kinderarts die met standaardoplossingen komt, zoals ‘laat maar huilen’, past bij veel ouders niet. Ik kan hen wel de hulp aan de hand doen die ze zoeken. Ik ken de artsen, de vrijwilligersorganisaties, de moedergroepen, de winkels, en kan goed aanvoelen welke ouder zich waar thuis zal voelen.’

Sokken in de theepot

unnamed-2
Foto: Bob van Mol

Ondertussen stopt haar jongste zoon zijn sokken in de theepot, terwijl Celia roept naar haar dochter die in een hoge boom is geklommen. Op de achtergrond zie ik toevallig ’Een kind heeft vele moeders’ van Sarah Blaffer Hrdy in de boekenkast staan, een boek dat goed uitlegt waarom we evolutionair gezien niet zijn uitgerust om in je eentje kinderen op te voeden en waarom we een ‘village’ om ons heen zo missen.

Een dorp waar Celia even om grinnikt: ‘Het is leuk dat je je eigen familie kan kiezen op dit moment, doordat we met onze vrienden andere verbintenissen aangaan. Maar de verering van “it takes a village to raise a child”, daar heb ik mijn bedenkingen bij. Je zal maar elke dag je schoonmoeder, drie tantes en een zus of vijf op je dak hebben die allemaal willen dat je hun raad opvolgt. Ik kom zelf uit zo’n dorp, en mijn moeder vond dat geen plus bij het opvoeden…’

Wat kunnen ouders van jou verwachten als ze via iBaby om hulp vragen?

‘Het eerste wat ik met ouders bespreek is ‘wat wil je wél? Waarnaar verlang je?’ Ik probeer de wereld van ouders een beetje open te trekken: Kijk, dit kan allemaal. Ouders weten vaak niet wat er allemaal mogelijk is, het principe van ‘informed consent’ wordt zelden uitgelegd. Maar je kunt pas keuzes maken als je weet wat er mogelijk is. Dat begint al voor de geboorte, bij je rechten als patiënt om iets te zeggen te hebben over je bevalling bijvoorbeeld, en hoe ver die keuzes kunnen gaan.

Of neem nu voeden. Als je bijvoorbeeld welingelicht geen borstvoeding wilt geven, prima. Het is niet mijn zaak om daarover te oordelen, en het recht op zelfbeschikking over je lichaam als vrouw vind ik een hoog goed. Maar dat is zelden het punt bij borstvoeding. Dé grote hoeveelheid niet-voedenden wil wel voeden, maar stopt na 1 of 2 maanden. Dat zijn geen mensen die een weloverwogen keuze hebben gemaakt, daar heeft de hulpverlening gefaald. Zij stoppen uit pure paniek. Paniek die ik herken, en waar ik écht niet op kan neerkijken. Maar dat hoeft dus niet. Er is goede hulp. Met enige voorbereiding kan je de standaard nonsens omzeilen.’

Millennial ouders

Ik zie de laatste jaren een kentering komen in de manier waarop veel ouders met hun kinderen omgaan. Wat merk jij daarvan?

‘Ik weet niet of er echt cijfers over bestaan, of het echt zo is, maar ik zie dat de dingen aan het veranderen zijn. Er wordt ook veel over geschreven. Kijk bijvoorbeeld naar de kinderopvang: Die is structureel onder de maat. Dat is een probleem voor de kinderen, voor de ouders en voor het personeel op de groepen zelf. Er is veel verzuim onder verzorgers door burn-out. De onderzoeken die gedaan worden zijn tevredenheidsonderzoekjes onder ouders. Maar daarvan weten we dat het weinig te maken heeft met de werkelijke kwaliteit bij doorlichting door professionals. Ouders hebben weinig inkijk in de dag van hun baby in de opvang.

Die term ‘ouders in hun kracht zetten’ is zo vreselijk, maar dat is wel precies wat ik doe.

Wat ik sowieso merk, is dat met al het timmeren aan de weg dat ons nog rest, deze generatie van ‘millennial’ ouders het anders willen doen dan hun eigen ouders. Ze nemen het ouderschap serieuzer en gaan op zoek naar antwoorden op hun vragen.’

We ronden af en kletsen nog wat over koetjes en kalfjes, terwijl Celia door het huis loopt. Dan stopt ze en peinst even. ‘Weet je, die term ‘ouders in hun kracht zetten’ is zo vreselijk, maar dat is wel precies wat ik doe. Ik laat zien: Je mag het anders doen, je kúnt zelf beslissingen maken op basis van goede informatie. Jouw baby verdient liefde en respect. En je verdient zelf respect voor jouw keuzes.’

Celia’s website: iBaby


Gabriëlle Jurriaans
Ooit ben ik begonnen als jeugdhulpverlener, maar heb me de laatste jaren helemaal op het schrijven gericht. Ik schreef eerder stukken over opvoeding voor onder andere NRC Next, De Groene, Vonk/ Volkskrant en voor verschillende tijdschriften en websites. Momenteel werk ik aan een boek en wil ik nieuwe projecten ontwikkelen, met name op het gebed van internetjournalistiek. Ik geniet erg van mijn twee 'knurften' waar ik elke dag van leer.